HAARLEM - Op woensdag 30 september vond er in Haarlem een luchtvaartzitting plaats, waarbij drie mannen zijn veroordeeld voor strafbare feiten die zij binnen de luchtvaart pleegden.
Geldboete van €500,- voor ordeverstorende passagier
De eerste verdachte die voor de rechter moest verschijnen was een 37-jarige man uit Duitsland. Hij misdroeg zich op 17 juni 2026 in het vliegtuig toen hij onderweg was van Cancun naar Amsterdam. Het begon met een ruzie met een medepassagier, die ontstond toen diegene die voor verdachte zat, haar stoelleuning naar achter deed. De man werd boos en begon te schreeuwen. De medepassagier riep hierop de hulp in van de bemanning. Meerdere bemanningsleden en andere passagiers probeerden de man tot rust te brengen, maar dit lukte in eerste instantie niet.De man kreeg uiteindelijk een ‘notice of violation’ (een officiële waarschuwing van de gezagvoerder) uitgereikt omdat hij niet naar de bemanning luisterde.
Het gaf voor de passagier geen aanleiding om zich beter te gedragen. Pas een tijd later stopte hij met schreeuwen en overlast veroorzaken.
De passagier voor hem gaf aan dat ze de situatie beangstigend vond. Ze voelde zich onveilig vanwege het onvoorspelbare gedrag en benadrukte dat ze geen kant op kon in de cabine.
De officier van justitie eiste uiteindelijk een geldboete van €500,- tegen de verdachte omdat hij de aanwijzingen namens de gezagvoerder niet had opgevolgd door te schreeuwen en overlast te veroorzaken. De rechter veroordeelde de man conform eis.
Zaak aangehouden
De zaak van de tweede verdachte, een 77-jarige man uit België, werd aangehouden op verzoek van de advocaat omdat er nader onderzoek zou moeten plaatsvinden.De man werd verweten dat hij als gezagvoerder van een eenmotorig vliegtuig op 22 maart 2025 het verkeerscircuit van de luchthaven Hilversum op een verkeerde manier had verlaten en dat hij door een gebied vloog waar op dat moment parachutisten actief waren. Hierbij vloog de verdachte op korte afstand onder een parachutist door en er waren ook andere parachutisten in de omgeving aan het afdalen. De zaak zal op een later moment worden voortgezet.
Illegale dronevlieger die praat van ‘onzinregels' verliest drone
De derde verdachte was een 64-jarige man uit Amsterdam.Hij wordt ervan verdacht op 20 augustus 2025 tijdens Sail in Amsterdam met een drone te hebben gevlogen terwijl hij deze niet de hele tijd in het zicht had. Hij vloog boven een bijeenkomst van mensen en zou ook boven De Groene Draeck hebben gevlogen. De verdachte voldeed daarom niet aan de voorwaarden voor het vliegen met een drone in de open categorie. Voor het vliegen in de specifieke categorie had hij niet de vereiste vergunning.
Daarnaast was de man niet ingeschreven als exploitant en was er geen exploitantennummer op de drone aangebracht. De verdachte kon worden getraceerd nadat was gedetecteerd dat de drone in verboden gebied vloog. Hij werd aangehouden en verhoord.
Nog voordat er een beslissing was genomen in deze zaak, werd de verdachte op 22 december 2025 weer aangetroffen toen hij met zijn drone aan het vliegen was. Hij had de drone weer niet constant in zicht en vloog dus opnieuw in de specifieke categorie zonder vergunning. Hij had zich ook nog steeds niet geregistreerd als exploitant en had dus nog geen exploitantennummer op de drone aangebracht.
Uit onderzoek van de politie is gebleken dat de drone ruim zes kilometer bij de verdachte vandaan was. Hij werd aangehouden en zijn drone werd in beslag genomen.
Ter zitting verklaarde de 64-jarige verdachte zich niet bewust te zijn geweest van het feit dat hij in augustus 2025 niet mocht vliegen war hij vloog. Ook wist hij niet dat hij boven De Groene Draeck had gevlogen. Hij verklaarde wel geschrokken te zijn van de straaljagers die overvlogen. Desgevraagd gaf hij aan dat hij had gezien dat er mensen aanwezig waren.
Over de overtredingen in december 2025 verklaarde de verdachte dat hij aan de ene kant van het IJ stond terwijl de drone aan de andere kant van het IJ vloog. Hij weigerde te verklaren waarom hij de drone zo ver weg had laten vliegen.
Volgens de verdachte werd van een mug een olifant gemaakt. De drone was volgens hem speelgoed en de regelgeving zou niet van deze tijd zijn. ‘Het zijn onzinregels, uit de tijd van het jaar kruik.’ Het is volgens hem niet mogelijk om de drone constant in zicht te houden. Als de man zich aan de regels zou moeten houden, zou hij nergens meer kunnen vliegen met zijn drone.
De officier van justitie gaf ter zitting aan dat het hartstikke leuk kan zijn om met drones te vliegen en dat dit ook absoluut mogelijk is, maar iemand moet zich wel aan de regels houden. Die regels zijn er niet zonder reden. Het zal niet de eerste keer zijn dat een drone naar beneden valt. Boven een evenement als Sail is dit absoluut onwenselijk en gevaarlijk, vooral omdat er ook ander luchtverkeer aanwezig was. Ook ontstaat er groot gevaar als je als bestuurder de drone niet in het zicht hebt. Je kunt dan onvoldoende anticiperen op de situatie rondom de drone.
De officier van justitie hield bij het formuleren van de strafeis rekening met de financiële situatie van de verdachte. Hij eiste daarom in plaats van een geldboete een taakstraf van in totaal 66 uur én daarbij de verbeurdverklaring van de drone. De verdachte heeft op onverantwoorde wijze aan het luchtverkeer deelgenomen en geeft aan geen boodschap aan de regels te hebben.
De rechter verklaarde de drone verbeurd. De man krijgt de drone dus niet meer terug. Daarnaast heeft de rechter een taakstraf opgelegd ter hoogte van in totaal 34 uur. Volgens de rechter was de man de eerste keer, tijdens Sail, mogelijk nog onvoldoende op de hoogte van de regels. De tweede keer, in december 2025, was volgens de rechter echter sprake van ‘een dikke middelvinger’ naar de geldende regelgeving. Daarom vond de rechter voor de tweede zaak een hogere straf passend en verklaarde hij bovendien de drone verbeurd.
De verdachte gaf daarop aan dat hij direct hoger beroep zou instellen.
Fotograaf houdt zich niet aan droneregels: boete van €1500,-
De vierde verdachte, een 33-jarige man uit Tilburg, vloog op 13 maart 2026 met een drone boven Amsterdam Centraal Station, de Ruijterkade en het IJ, terwijl hij de drone niet constant in het zicht had en vlak over personen vloog (waardoor hij in de specifieke categorie vloog zonder vergunning). Daarnaast vloog hij buiten de daglichtperiode en had hij zich niet ingeschreven als exploitant en was er geen exploitantennummer op de drone aanwezig.Agenten zagen op 13 maart een drone boven Amsterdam CS vliegen. Zij besloten de drone te volgen en zagen dat de drone op een schip landde. Op dat schip werd op dat moment een feest gehouden. Eenmaal ter plaatse werd door anderen verklaard dat de drone van de fotograaf was.
De man meldde zich en gaf ongevraagd aan dat hij op de hoogte was van de regels. Hij maakte opnames van de boot en de omgeving. De drone was op dat moment niet bij hem en hij overhandigde later een drone aan de politie. De drone die door verdachte werd overhandigd, leek een andere drone te zijn dan de drone die door de politie werd gezien. Zo had de drone die werd gezien bepaalde verlichting die de overhandigde drone niet had. De officier van justitie gaat ervanuit dat de verdachte een andere drone heeft overhandigd.
De man was niet ter zitting aanwezig. Hij had eerder bij de politie in een verhoor aangegeven dat hij met de drone had gevlogen, maar niet buiten was geweest. Hij had de drone binnen in het schip bestuurd en zou niet buiten zijn geweest. De politie zou volgens de verdachte de drone van een andere piloot hebben gezien.
De officier van justitie veegt die verklaring van tafel en gaf aan dat er geen aanwijzing is dat er andere dronepiloten actief zijn geweest.
De officier wees erop dat het gevaarlijk is om met een drone boven Amsterdam CS en vlak boven mensen te vliegen. Bovendien werd er gevlogen buiten de daglichtperiode.
De officier van justitie eiste een geldboete van €1600,-. De rechter oordeelde dat de verdachte ongevraagd een verklaring tegenover de verbalisanten op het schip had gegeven en dat een dergelijke verklaring kan worden gebruikt voor het bewijs. Naar zijn oordeel was voldoende bewijs aanwezig dat de verdachte met de drone heeft gevlogen boven Amsterdam CS en een andere drone heeft overhandigd aan de politie. Hij stelde vast dat verdachte heeft gevlogen met een drone zonder deze voortdurend in het zicht te houden en dat dus sprake was van het vliegen in de specifieke categorie zonder vergunning. Ook werd vastgesteld dat de vlucht buiten de daglichtperiode heeft plaatsgevonden. Omdat de drone waarmee gevlogen was niet onderzocht kon worden, was volgens de rechter niet vast te stellen of deze drone wel of niet voorzien was van een exploitantennummer. Voor dit laatste feit is verdachte vrijgesproken. Voor de overige feiten is verdachte veroordeeld tot een geldboete van in totaal €1500,- euro.

18.5 ℃



























































